SURF - Wiki

13 oktober - Management

Sessie: Seminar 12A

Spreker: meerdere

Onderwerp: CIO’s and Enterprise IT: Tackling the Tough Issues

Aantekeningen:

Eigenlijk meer een verslag van een viertal regionale bijeenkomsten van CIO’s van onderwijsinstellingen in de USA met als thema: trends, uitdagingen en oplossingen.

Aandachtspunten van CIO’s nu:

Cloud computing: Hoe toets je de aanbieders ?  Doe dat samen.

Virtualisatie: ICT duurzamer maken, virtuele labs, redundantie, continuiteit

Open Source: kostenloos ?, Wie geeft je support ?

Risicomanagement: Hoe bepaal je de risico’s ?

Samenwerken: We doen veel dezelfde dingen…

Vaardigheden CIO: de ‘soft side skills’ (communicatie, uitleggen, netwerken) zijn het belangrijkste.

      Zorg altijd voor adviesraden van medewerkers en studenten.

      Hoe ontwikkel je je eigen staf ?

Consumerization van de ICT: de gebruiker centraal. (bijv. Mobiele telefoons als stemapparaat.)

Efficiency is nodig maar innovatie nog meer.

Hoe houd je je goede medewerkers in huis ?

Bezuinigingen: sommige scholen hebben grote bezuinigingen, andere helemaal niet.

Expertise rond ICT-beveiliging is moeilijk te vinden.

Veel aandacht voor kostenreducerende ideeën, maar het valt niet echt mee, eerder tegen.

Er zit een groot gat tussen wat techneuten en niet-techneuten denken/weten dat technisch mogelijk is.

ICT kan het werk ergens anders efficienter maken, maar wie weet wat en hoe.

Outsourcing in het Amerikaanse hoger onderwijs nu: tussen de 1 en 10 procent. Men staat net aan het begin.

CFO’s roepen dat alles naar de cloud gaat maar CIO’s zien nog heel veel hindernissen.

‘Rare’ dingen die CIO’s ook doen:

-        Manager zijn van de telefonistes

-        De reproductie-afdelingen managen.

-        Hoofd van de mediashop zijn

-        Duurzaamheidscommissie voorzitten

-        Hoofd van de brandveiligheid

De belangrijkste CIO-vraag: Wat is belangrijk voor de lange termijn ?

Wat is de basis voor jezelf als CIO ? Zie bijvoorbeeld het volgende boek:

Jim Collins Good to Great and the Social Sectors uit 2005, ISBN-10 0-9773264-0-3.

Why Business Thinking Is Not the Answer

En omdat technici gevoeliger zijn voor een depressie dan andere medewerkers, ook:

De depressiekuur. Stephen S. Ilardi. ISBN10 9057123118

Vert. van: The depression cure : the 6-step program to beat depression without drugs. - Cambridge : Da Capo Press, 2009.

Adviezen:

1.     Zorg dat je erbij hoort op de campus. Blijf geloofwaardig.

2.     Maak duidelijk wat een service/dienst kost op detailniveau. Gebruik een kostenmodel dat een prognose kan opleveren voor de toekomstige kosten en dat aangeeft wat de service/dienst inhoudt.

3.     Een dienstencatalogus is belangrijk. M aar, zeg alleen Nee tegen een klant als het hogere management je daarin ondersteunt of als er geaccordeerde principes zijn waarop je je beslissing kunt baseren.

4.     ‘Governance’ werkt alleen als de hoge bazen meedoen. Zorg voor support vanaf het hoogste niveau in je organisatie.

5.     Werk continu aan goede relaties met campusleiders, docenten, externen en studenten.

6.     (Covey): Probeer eerst te begrijpen en dan pas begrepen te worden.

7.     Boek: How We Decide, door Jonah Lehrer, ISBN-10: 0547247990

8.     Boek: Blink: The Power of Thinking Without Thinking, 2005, door Malcolm Gladwell, ISBN-10: 0316172324.

9.     Boek: Think Twice: Harnessing the Power of Counterintuition, door Michael J. Mauboussin, ISBN-10: 1422176754

10.  Ben een strategisch denker maar vergeet het handwerk niet !

Vergelijking met de Nederlandse situatie:

SURF zou de aanbiedersmarkt kunnen toetsen rond cloud computing

Hot or not:

HOT

Zie de bijlage met brondocumentverwijzingen.

Sessie:Seminar 11P

Spreker: twee sprekers van Queens College in New York

Onderwerp: Building a Service-Oriented IT Organization Based on ITIL and PMI Best practices.

Aantekeningen:

Queens College: 20.500 studenten (140 nationaliteiten), 650 docenten, ICT-afdeling met 47 medewerkers. Men heeft gewerkt aan een transparant, rationeel programma om te komen tot een service georiënteerde aanpak van de IT binnen Queens College op basis van ITIL en PMI. Basis is een kort beschreven strategisch plan (1 A4). Men heeft gewerkt aan benchmarking om de positie van de eigen school in beeld te brengen. Processen zijn beschreven. Men gebruikt MS Office als tools om projecten te beschrijven en te volgen (Word, Excel). Strategisch veel aandacht voor blended learning en ondersteuning van de internationale diversiteit van studenten.

Vergelijking met de Nederlandse situatie:

Poging tot professionalisering van de ICT-functie en van de organisatie.

Hot or not:

NOT

Sessie: Centralized vs decentralized, central versus local services, etc Uni of Michigan

Sprekers: Bill Wrobleski & Phil RayOnderwerp: Doe wat je moet doen en wel in je school/academie, dus geen centraal model overkoepelend model als strategie.

Aantekeningen: De locale IT services doen basale zaken direct bij de werkvloer. Herkenning en erkenning van de problemen van de medewerkers. Centraal wel mail, agenda, enzovoort. Er wordt wel veel dubbel gedaan ihkv uitzoeken / uitwerken. Voor beheer maakt het eigen lijk niet uit dat je de centrale beheerders decentraal zet. Funding er was 430 miljoen nodig, ze kregen 315 miljoen. Door decentralisatie ligt het eigenaarschap ook daar en dus de kostenbesparing ook. Het (de verantwoordelijkheid) wordt niet meer over de heg gegooid….
Effect men krijgt wat men vraagt en geen “onnodige” zaken vanwege met zijn allen uitvoeren, dus een bredere scope van gevraagde functionaliteiten.Model: services voor allen, services voor velen, services voor een paar, services voor 1 situatie. Eigenaarschap!Zoektocht naar de waarde en alternatieven van services. Sneller aanpassen vanwege kleinere doelgroep.Klantenservice verbeterd, evenals wensen. Bijvoorbeeld meer diskruimte, dan is dat een locale keuze binnen het eigen budget. Lokaal waar het lokaal kan, centraal alleen wanneer nodig op het gebied van effectiviteit, bewijsbaar uit financiële overwegingen.

Vergelijking met de Nederlandse situatie: *herkenbare zoektocht, op naar kleinere zelfstandige units? Dicht bij de mensen (loopafstand werkplek, dus directe ondersteuning), directe communicatie en herkenbare drive en betrokkenheid. Het is een golfbeweging, wanneer de service te ver weg komt te staan werkt het niet meer en gaat het effect verloren. Vergelijk centrale roostering. De roosteraar kent me niet meer en kijkt alleen naar de bezetting van de lokalen. We kunnen niet meer overleggen, allen nog formats invullen……. En soms moet ik toch echt het eerste uur vrij. Gevoel goed dan mag er ook wel eens wat mis gaan, geen wij – zij situatie meer.
Hot or not: Hot

Sessie: Real World Cloud computing

Sprekers: David Cearly
Onderwerp: strategie rond cloud computing

Aantekeningen:

Deze presentatie is opgenomen door Educause.

Aandacht voor:
1.     Cloud Services (consumeren),

2.     implementeren Cloud omgevingen,

3.     ontwikkelen van Cloud based applicaties en oplossingen.

En dat in een publiek toegankelijke cloud, in een beschermde samenwerkingscloud (bijvoorbeeld voor het hoger onderwijs), in een eigen exclusieve cloud.

Het is nog zo nieuw dat er nog veel zaken uitgezocht moeten worden zoals beveiliging, transparantie & control, service verzekering, licentiekosten enz. enz.
Haal het weg uit de “techneuten”hoek en beschouw het als een normaal innovatief veranderingsproces.

Zet de CIO’s en de businessmanagers bij elkaar.
Zorg voor een doordachte IT Governance waarvan cloud computing een onderdeel uitmaakt.

Vergelijking met de Nederlandse situatie: we zijn op zoek naar businessmodellen bij gebruik van cloudcomputing. Ik ben niet wijzer geworden van deze presentatie, anders dan dat het een ingewikkeld onderwerp is. Zo kun je een leverancier hebben die van een andere leverancier services in de cloud afneemt en zijn eigen service aan jou verkoopt op basis van een service van een ander…….

Hot or not: het onderwerp wel de presentatie not

Sessie: ECAR study of undergraduate students and it 2010

Sprekers: Shanon D. Smith, Judy Borreson

Onderwerp: Onderzoek naar gebruik van IT bij undergraduate over een periode van 7 jaar bij 126 VS uni

Aantekeningen: 37.000 respondenten, 18 – 24 jaar. Heerlijk al die data! Zie http://www.educause.edu/Resources/TheECARStudyofUndergraduateStu/187215

*Vergelijking met de Nederlandse situatie: *doen we echt te weinig, wanneer je weet hoe de ontwikkelingen zijn kun je daar echt op sturen voor gebouwen, boeken, enz.

Hot or not: Hot, want het geeft echt inzicht in wat de doelgroep doet. Da’s handig als je er op wilt managen.

Sessie: Collaboration: A Must of a timeconsuming Bust
Spreker: Joanna Kossuth
Onderwerp: Samenwerking lijkt noodzaak, maar wat levert het op?
Aantekeningen:

De presentatie is de allereerste in een nieuw Educause concept: In the hot chair, waarin de spreekster plaats neemt in een riante sofa op het podium om vragen uit het publiek te beantwoorden. Dat publiek laat het overigens in deze immense zaal massaal afweten. In een korte presentatie van nog geen 15 minuten raffelt Joanna de theorie over ‘collaboration’ af: van definities (Webster vs. Wikipedia), tot goede redenen, collaborative behaviours, en kansen en bedreigingen. Spijtig genoeg beperkt haar praatje, en de daarop volgende discussie zich tot externe samenwerking met andere onderwijsinstellingen. Het Amerikaanse publiek gaat daar grif op in: de spreekster wordt uitvoerig ondervraagd. Question: “Kunt u de opbrengsten van collaboration kapitaliseren?”. Answer: “Wij maken elk jaar een annual report.” Pas in de laatste minuut van de sessie komt er nog een vraag uit Europa: er wordt alleen gesproken over samenwerking tussen instellingen, zijn er ook vormen van samenwerking met bijvoorbeeld het bedrijfsleven, of de overheid. Jawel, antwoordt Joanna enthousiast: we hadden het afgelopen jaar nog een shared jobfair.

Anton Neggers

Sessie: How to outrun change (staying relevant in a discontinous World)
Spreker: Gary Hamel
Onderwerp: “Change has changed”, nu de onderwijsinstellingen nog.
Aantekeningen:

Peter Drucker zei het al in 1997: “Thirty years from now the big university campuses will be relics. Universities won't survive. It's as large a change as when we first got the printed book.”

De key-note speaker in de openingsessie van Educause 2010 kiest andere woorden, maar komt met dezelfde boodschap. Hij formuleert het zoals dr. Larry Loeher bij UCLA sprak over de volgende aardbeving in Los Angeles: “The question is not if, but how and when this is going to happen”.

Ondanks zijn aanstekelijke presentatie verkoopt Gary Hamel in de eerste helft van zijn key-note oude wijn in nieuwe zakken: zijn verhaal over de doorlooptijd van ontwikkelingen werd jaren geleden ook door Thijs Chanowski gebracht, maar dan met aanstekelijke bewegende beelden.

Interessant wordt het wanneer Hamel het probleem gaat analyseren: is het niet merkwaardig dat we strategie beschouwen als het exclusieve domein van de top van een organisatie? Het probleem van de onderwijsinstellingen is een leiderschapsprobleem. Ook zijn pleidooi voor innovatie snijdt hout: je hebt 1000 ideeën nodig om 100 experimenten uit te voeren die leiden tot 10 projecten waarvan er 1 een winner is.

Hamel eindigt met de opmerking dat we in plaats van het gebruikelijke managementjargon meer gevoel moeten leggen in onze overtuigingen. Zoals John Kotter ook zegt: “Een logische casus die te maken heeft met heen ervaring-uit-het-hart, met tactieken die niet willekeurige behoeftes aanspreken maar emotioneel meeslepende behoeftes, die niet gewoon uitdagende doelen aanspreken maar doelen die opwindend zijn en vastberadenheid opwekken kan hart en geest van anderen veroveren en de benodigde urgentie voldoende verhogen”[[i]|#_edn1].

Mijn favoriete uitspraak van de ochtend is die van Diana Oblinger, CEO van Educause: “It’s in the present that you create the future.”

Anton Neggers


John Kotter, Een gevoel van urgentie! Hoe krijg je mensen in beweging om succesvol te veranderen? Amsterdam 2008, pag. 58

Sessie: Google + Google = Tea: Green IT Perspectives
Spreker: Wendell C. Brase e.a.

Onderwerp: Welke bijdrage kunnen onderwijsinstellingen leveren aan de reductie van CO2

Aantekeningen:

De opmerkelijke titel is gebaseerd op het feit dat twee google-hits evenveel CO2 uitstoot veroorzaken dan het koken van water voor één kopje thee. De zaal met exact 466 zitplaatsen is nog niet voor 10% gevuld.

IT veroorzaakt wereldwijd jaarlijks evenveel CO2 uitstoot als Duitsland. Meer dan 600 onderwijsinstellingen in de Verenigde Staten hebben de President’s climate commitment ondertekend: zij beloven binnen drie jaar carbon neutral te zijn. De verhandelingen van de eerste drie sprekers richten zich vooral op de inrichting van datacentra. Door de airco een paar graden hoger te zetten, door natuurlijk ijs te gebruiken als koeling (is in Canada een stuk eenvoudiger dan in California) bereiken ze opzienbarende resultaten. De vierde spreker presenteert een onderzoek onder CIO’s over de kansen voor CO2 reducerende maatregelen in universiteiten. Hoog scoren: het kopen van milieuvriendelijke computers en randapparatuur (gemakkelijk, hoog rendement), consolidatie en virualisatie van servers, teleworking en het verhogen van videoconferencing (moeilijk, hoog rendement). Opvallend is het verschil in printmanagement voor studenten of docenten: het eerste scoort in de categorie gemakkelijk, hoog rendement, het tweede in de categorie moeilijk, laag rendement.

Questions are garantied in life, answers aren’t.

Anton Neggers

 ______________________________________________________________________________________________________________________________

Sessie: Using CMS Activity Data of Good students to Raise Awareness of Underperforming Peers

Spreker:John Fritz, UMBC (dat is de universiteit van Baltimore).

Onderwerp: Hoe kun je data m.b.t. activiteiten van studenten in een ELO gebruiken om zo tot verbetering van studieprestaties te komen?

Aantekeningen:

Goldstein voorspelde in een artikel in e-Carr in 2005 dat we in 2011 business intelligence zouden gebruiken in het hoger onderwijs, zoals deze ‘academic analytics’. Er zijn 5 stadia:

  • Fase 1. extractie and rapportage
  • Fase 2. analyse en monitoring
  • Fase 3. wat als… beslissingsondersteuning (scenario’s)
  • Fase 4. voorspellende modellering en simulatie
  • Fase 5. automatische triggers en alerts (en daarop volgende interventies).
  • Bij fase 5 wordt het interessant natuurlijk, alleen weten we weinig over die interventies.

Eerder onderzoek in datamining projecten laat zien dat statistische gebruiksgegevens van studenten in een ELO wel zeker voorspellende waarde hebben t.a.v. studiesucces. Met  het verzamelen en interpreteren van zulke gegevens zijn natuurlijk wel allerlei ethische kwesties gemoeid, waarvoor je een beleid moet ontwikkelen. Ook is duidelijk dat docenten eenzelfde beleid moeten voeren en dat het niet werkt als de ene docent zus en de andere docent zo doet. Het komt erop neer dat docenten in hun ELO het gebruik van statistische gebruiksinformatie moeten inbouwen en dat in hun onderwijs of studieloopbaanbegeleiding daadwerkelijk moeten gebruiken. Ze zullen dus hun cursus moeten herontwerpen. Verder is duidelijk dat de opleiding/instelling een aantal zaken moet doen, maar dat ook de student dingen moet doen ten behoeve van bevordering van studiesucces en het inzetten van ICT-instrumenten als hulpmiddel daarin.

In feite zijn er enkele tools ontwikkeld waarmee gebruikservaring is opgedaan:

  • Check My Activity bij UBMC. Dat is een door hen ontwikkelde tool die ze als building block in Blackboard hebben gezet. Die geeft gebruiksinformatie voor alle cursussen waar de student in enrolled is (in Blackboard zelf heb je alleen per cursus statistics). Leuk is dat studenten hun eigen activiteit kunnen vergelijken met (anoniem) die van medestudenten. We leren immers door onszelf te vergelijken met anderen.
  •  iStrategy bij UBMC. Daarmee zoeken ze naar patronen: is er een relatie tussen de mate van Blackboardgebruik en de cijfers die studenten voor tentamens halen? Gebleken is dat studenten die lager scoren op toetsen, de BB-omgeving voor 47% minder gebruiken dan studenten  die een C of hoger scoren (C=8).
  • The big kahuna van Purdue University. Dat werkt met signalering vanuit ELO-statistieken naar de studenten op de stoplichtmanier: groen signaal naar de student: het gaat goed. Oranje signaal: pas op, hou rekening met zus of zo. En rood: er lijkt een probleem te zijn, kom langs bij de studieloopbaanbegeleider dan en dan. De pilotervaringen met dit systeem zijn goed.
  • Een programma (naam onbekend) dat in Australië is ontwikkeld door Philip Long en zijn mensen van The University of Queensland om alle peer interactie binnen de ELO Blackboard te meten. Op de vraag of dit ook voor Sharepoint kan worden gebruikt is het antwoord dat we de source code wel kunnen krijgen, we moeten dan even contact met hem opnemen. Dit programmaatje hebben ze in 5 grote klassen (50 studenten of meer) gebruikt, daarvoor is dit handig.

 Daarnaast is er nog de nodige literatuur genoemd, zie op Educause-site.

Vergelijking met de Nederlandse situatie: Aangezien in Nederland het studierendement ook hoog op de agenda staat, denk ik dat het nuttig kan zijn voor deze en gene zich hier nader in te verdiepen. Wel is duidelijk dat dit nog in de kinderschoenen staat en dat er nog wat minder praktijkervaring is. En jammer dat Kim Arnold er niet was, want de oplossing van Purdue University lijkt mij goed toepasbaar in de Nederlandse situatie.

Hot or not: Ja. Goeie degelijke sessie. Maar nadenken over interventies na deze instrumentele zaken is zeer van belang.

Marion Keiren


 

Enter labels to add to this page:
Please wait 
Looking for a label? Just start typing.