Sessie: Keynote #1
Spreker: Gary Hamel
Onderwerp: Reinventing Management for a Networked World
Aantekeningen:
The first keynote was very inspiring and was all about the rapidness of change itself. The amount of change grows exponentially (a baby born today will enter a completely different world than the world I was born into) and institutions need to change themselves in order to keep up. Hamel had some interesting examples of companies that learned the hard way: IBM, Apple and some others not so lucky like Motorola and Nokia. Some of them went to ‘the valley of the shadow of death’ but somehow reinvented themselves changing change within the company itself and some of them ended on the other end of the line.
Universities seem to be very old-fashioned institutions compared to companies like Google and Apple and I wonder whether any comparison can be made between such very different types of organizations. Even so, I think Universities can learn from companies like these when it comes to idea management and creating a bottom-up approach to strategic thinking. It cannot be the case that only executives are the ones that have some vision or have a certain strategy and that employees themselves need to go through their own valley of the shadows of death to have something important changed. Lessons learned: be critical, be ready to challenge every aspect of your work and your organization and be prepared to change!
Hot or not: Steamy!
Sessie: Top-10 Questions to Consider When Implementing Social Media: Perspectives of Different Campuses
Spreker: Shannon Ritter, Tanya Joosten, AJ Kelton
Onderwerp: Social Media
Aantekeningen:
- How do you define social media?
- How is your campus implementing social media?
- What are the costs associated with implementing the use of social media for staff, faculty and students?
- What can students, staff, etc. do with social media?
- How do you teach students/staff etc. to use social media appropriately and how long does it take?
- Do students and faculty like social media?
- What concerns should we have about privacy in our use of social media?
- What are some best practices when using social media?
- How do I evaluate the impact of social media?
- Any other questions?
Follow this discussion on twitter using the hashtag #edusocmedia
One important question missing: why use social media on your campus?
Vergelijking met de Nederlandse situatie:
Hot or not: Hot
Sessie: How to Use Social Media, Identity Management, and the Campus Portal to Effectively Communicate with Students
Spreker: Michael Sun, Sarah Alpert
Onderwerp: Identity Management from scratch
Aantekeningen:
This session focused on the use of IDM (Identity Management). A nice case of how important it is to think about the implications when setting up an IDM system, defining roles, managing access and manage authentication. Unfortunately, building an IDM system from scratch is not something that you will encounter very often, as was done in this particular case. We often have to cope with already build IDM systems that are not very flexible and/or informative and subtract information out of those systems using highly specific links between them.
Vergelijking met de Nederlandse situatie:
The way you set up your IDM has consequences for nearly every system Utrecht University uses. IDM is more than simple single sign-on. It might be an answer why many systems like MyUU, Blackboard’s community system, Gmail and Sharepoint (profile pages) somehow fail to reach their full potential. Problem is that we have to deal with the information available that is not easily changed. This means having to be very creative in getting the data desired. I hope that in the process of upgrading Blackboard to its next version, some time (or better: a lot of time) will be spend on (re)thinking how to the available data can be used as effective and future-proof as possible.
Hot or not: Warm
Sessie: From In-House to Open Source: Creating a Sense of Identity (Management)
Spreker: David Steiner, Jeremy Rosenberg
Onderwerp: Open source and Identity Management
Aantekeningen:
it was a nice session with two universities presenting their IDM systems and then adding one on top of them. IDM is really complicated stuff.
What was interesting about this session was the fact that they used an open source system (OpenRegistry) in a non-authoritive way (not being the core information system). It seemed to me as if they wanted to create a system that combines data from all sorts of other systems like LDAP, AD, CAS, etc. and use this system again to feed other systems like Electronic Learning Environments. The mayor problem I believe however, seems that the system they are creating cannot, in a fundamental way, take care of data inconsistencies (like one person having slightly different names or roles) by data resolution; because it is non-authoritive, it has no way to decide which is the best data to be used henceforward, at least not automatically.
Vergelijking met de Nederlandse situatie:
Nice to see that other Universities are struggling with many systems that require Identity and Access management
Hot or not: Hot
Sessie:
Researching Mobile Learning: Lessons Learned from ACU's Second Year
Spreker: George Saltsman, Scott Perkins, Brad Crisp, Cynthia B. Powell
Onderwerp: "Mobiel Leren"
ACU (Abilene Christian University) continues to explore innovative uses of technology in higher education. Deploying devices to underclassmen created unique opportunities to assess the impact of academic and social usage among the university community. An overview of research targeting faculty perspectives, classroom applications, usage data, and student engagement and learning outcomes will be presented.
(ruwe) Aantekeningen:
Interessant rapport : Hoe wordt bijgehouden of het mobiele leren aanslaat?
De tweede spreker (spreekster) gaat in om mobile devices during labs.
Resources files were provided on mobile devices:
Podcasts in two categories:
- Chemistry
- ?
De derde spreker gaat in op de toename van inzetten van de devices die men ziet bij zowel studenten als docenten.
Wat is het effect van mobiele devices op leren?
Geen significant effect op resultaten maar wel effect op zaken als:
- Onafhankelijk kunnen werken
- Teamwerken
- Voor docenten is het een extra "tool" -> De clicker-app (interactiviteit - Q&A)
- Online kunnen zoeken
- Mobieltjes bieden niet echt nieuwe mogelijkheden qua techniek (Op een grote CRT monitor kun je ook zaken aanbieden)
- Het experiment heeft wel een "innovatie spirit" gecreëerd;
Wat zijn de bepalende factoren geweest voor het leren met mobiele devices?
- Tech support en infrastructure
- Beschikbaarheid van devices en network
- De features van de devices, apps, usability
- Eigenaarschap van de faculteit, bekendheid met de devices
- Ontwikkeling van de faculteit en van best practises
Hier de slides (neem de tijd ...) en hier de ACU site
Vergelijking met de Nederlandse situatie: Bij Fontys en UVA wordt meen ik geëxperimenteerd met Ipads. Ik ken geen instelling die Iphones en -Touch apparaten gratis verstrekt.
Hot or not: Hot-> Sterk is natuurlijk het gegeven standaard device!
Sessie:
Assessing Service Providers for Privacy, Security, and Business Continuity
Spreker: Kathy Bergsma
Onderwerp:
Today's IT market is replete with outsourcing, SaaS, cloud, and other third-party products. Before moving your critical data to another provider, how do you ensure they are secure? In this discussion session, you will have an opportunity to share your concerns and learn about solutions.
Ruwe Aantekeningen:
De aanwezigen komen hier naartoe (desgevraagd door de discussieleider) om ervaringen te delen over het stellen van de juiste vragen aan de leveranciers en over de " on going monitoring" nadat dienstverlening is gestart.
Het is een discussie sessie, op zijn Amerikaans dus veel compliment uitwisseling. Punten die genoemd zijn:# Internal auditing
- Physical auditing
Er is vanuit het (overigens door commerciële partijen gesponsorde) platform veel materiaal beschikbaar om providers aan de tand te voelen:
Lightversion: 100 vragenlijst
Normal version: 500 vragenlijst
Ultra version: En de plus-vragenlijst (640+ vragen)
Zie ook hier voor meer informatie:
Vergelijking met de Nederlandse situatie: Er zal mogelijk in CERT verband ook in NL wel het nodige zijn maar als ik de stand van zaken vergelijk met die in het WO -> USA is twee stappen verder!
Hot or not: Hot zat: Maar hoe belangrijk deze zaken ook zijn: Ze moeten wel eerst op de juiste agenda komen te staan: Laten de RvB's maar eens terugblikken op (mislukte) outsource trajecten her en der.
Sessie: The University as an Agile Organization
Spreker:
David Staley, Ohio State University, staley.3@osu.edu
Ken Udas, University of Massachusetts, kudas@umassonline.net
Patrick Masson, University of Massachusetts, pmasson@umassonline.net.
Onderwerp: Agile werken
Aantekeningen:
In deze sessie ging het om ‘agile werken’. De term ‘agile’ betekent zoiets als ‘lenig, behendig’ en dit staat voor een bepaalde manier van software-ontwikkeling die nogal iteratief is en veel minder gepland dan de traditionele manier van software-ontwikkeling.
a. Agile sofware-ontwikkeling
David Staley van Ohio State University vraagt of er ontwikkelaars in de zaal zijn voor agile toepassingen. Dat zijn er nogal wat. Er is een boek verschenen over Agile Project Management van Jim Highsmith. Het gaat erom dat je nieuwe bedrijfsprocessen krijgt door inzet van agile technology. Er blijkt een verschil tussen theorie (planning) en practice (praktijk). Als voorbeeld laat hij een stukje uit een footballwedstrijd zien. Dit speelschema was niet vooraf bedacht, maar het werkt wel goed uit doordat de spelers weten wat ze willen.
We zien het agile maturity model. 1 waarden 2. Principes 3 doelen en 4 practices. De practices zijn eigenlijk gewoon tools, pilots die ze gebruiken om de organisatie om te vormen. Als voorbeeld laat Staley een foto zien van de campus van een universiteit, waar de paden in het park gevormd werden door de mensen die gewoon daar liepen. Dus niet vooruit plannen, maar laten ontstaan, dat is de kern van agile werken. Incrementeel ontwerpen, daar gaat het om. Staging an scheduling strategy is incrementeel, zodat de verschilende delen van het systeem op verschillende tijden en ‘rates’ worden gemaakt en geïntegreerd worden als ze klaar zijn. Als voorbeeld geeft hij de jonge prairiecowbow die een hutje bouwt voor zichzelf, en die dat uitbreidt naarmate hij een gezin krijgt en uiteindelijk is het een mooi woonhuis. Zijn bouwvaardigheden zijn met elke verbouwing ook uitgebreid.
Bij continue aflevering en waardering van werkservices krijg je contant feedback en daarop kun je dan telkens meteen inspelen. We zien een plaatje van de piramide: je product is pas af als de piramide klaar is. Maar je kunt de piramide telkens groter bouwen. Zelforganisatie is het vermogen van een organisatie die het individuen toestaat om zich te verenigen rond een thema dat hen aanspreekt. En het gedrag van het individu: participatie via gebruik etc. Er zijn vier voorwaarden: er moeten verschillende meningen zijn, onafhankelijkheid, decentralisatie en aggregatie. Je hebt geen formele structuur van een organisatie nodig voor mensen om hun eigen weg te vinden, vindt Staley. En samenwerking en consensus zijn overigens twee verschillende zaken. Er zijn patronen die je helpen om beslissingen te maken (zie dia). Transparantie en openheid is ook van belang.
b. Agile leren en onderzoeken
Patrick Masson van de University of Massachussets neemt het woord. David Staley heeft de principes achter agile organisation omschreven. Deze principes gelden niet alleen voor softwareontwikkeling, maar ook voor allerlei andere activiteiten i n onze organisatie. We leven in global networks, en veel daarvan zijn zelforganiserende netwerken die een invisable college vormen (van onderzoekers). Dus; het werk van onderzoekers hoeft niet binnen de instelling te gebeuren, zie boek the New Invisable College van Caroline Wagner. Daarin worden de gevolgen hiervan voor de organsiatie in kaart gebracht. Zoals wetenschap is georganiseerd op de manier zoals Wagner beschrijft, zo is het ook op andere vlakken. Het zijn zelforganiserende netwerken zonder hoofd of directeur. The emergent of global science is een metafoor voor universiteiten.
Ook universiteiten zijn complexe adaptieve systemen, maar ze worden bestuurd op de manier van traditionele hiërarchische organisaties. We zien wat foto’s van flicker, wikipedia wordt genoemd en de werkwijze daarvan. Maar platforms kun je ook in de fysieke wereld hebben, zoals een bazaar of een fair. En de manier waarop kinderen de zandbak ingaan en spelen. De klas meer als platform, waarin het leren gebeurt op vele meer zelforganiserende manier en waarbij de docent meer als begeleider optreedt. Ook dat zijn agile principles.
We zien in The Starfish and the Spider (boek) ook het rijtje met links gecentraliseerd en rechts gedecentraliseerd. Enkele jaren geleden was er een sessie met leraren over wat implicaties van toepassing van agile principes op leren zou zijn. Permueable boundaries. Zo’n agile university geeft geen degrees uit maar meer certificates. Zo’n open universiteit encourages play and failure. En zie verder de dia’s. Heeft een vloeiende temporale structuur.
c. Agile online leren
Ken Udas van de University of Massachussets neemt het woord. Bij UMassOnline vraagt men zich af hoe ver men deze argile principes, die men al toepast in de technologie groepen, kan uitbreiden naar andere delen van de organisatie. Volgens Vince Kellen zijn deze argile methoden ideaal. University of Massachusetts heeft 5 campussen en UMassOnline levert online learning services. Toen Ken er kwam werken bleek dat er processen onvoldoende gedocumenteerd waren. Documentatie over achtergronden van besluiten, gezamenlijke besluitvorming, procestransparantie, samenwerkingscultuur, vertrouwenscultuur, dat ontbrak. Er was wel bewijs voor een binnenwaartse focus, een sterke UMass identiteit, een asymmetrische ontwikkeling van capaciteit tussen functionele en service delivery groepen.
Men is toen begonnen met toepassen van agile principles. Ontwikkelen van basiscapaciteit voor een aantal dingen: wat zijn we, wat moeten we leren ,welke instrumenten hebben we nodig? Steekwoorden: humility, transparancy, emergence. Ze geven enkele voorbeelden. Ten eerste communicatie over gewenst gedrag in de organisatie. Daarvoor gebruiken ze een wiki waarop iedereen bijdragen kan plaatsen en hebben ze het principe van de open space sessies voor discussies tussen medewerkers. Ten tweede hebben ze een iteratief prioriteringsproces. Ze gebruiken NIFTI voor technology adoption. We zien een voorbeeld in de vorm van een diagram. Ambities zijn hoger dan mogelijkheden. Ze willen nu service levels maken op hetzelfde niveaus als wat de docenten willen, aansluitend op de locale docentenbehoeften. . Ze zijn net begonnen. Ik constateer dat ze erg bottom up werken dus, he, incrementeel...
Vergelijking met de Nederlandse situatie:
Agile software-ontwikkeling zie ik in Nederland ook opkomen; zo wordt er bij de HAN wel gewerkt via scrumming. Maar deze manier van werken toepassen in alle onderdelen van de organisatie, daar zijn wij volgens mij nog niet aan toe. Zeker als je -zoals wij in deze tijd- kostenefficiënt moet werken, lijkt me het verhaal van de University of Massachussets, dat helemaal voor 'customer intimacy' kiest in termen van Treacy en Wiersema, niet haalbaar. De signalering van de ontwikkeling van onderzoekers die zich in netwerken verenigen en lerenden die in netwerken hun kennis halen en uitwisselen, is natuurlijk wel correct. Laat dan vanzelf zich verder ontwikkelen, denk ik dan. Je moet dit niet weer planmatig moeten willen gaan afdwingen.
Hot or not: lauw (en voor ontwikkelaars misschien warm).
Marion Keiren