SURF - Wiki

Brancheprotocol Kwaliteitszorg Onderzoek

Brancheprotocol Kwaliteitszorg Onderzoek

Met ingang van januari 2009 is het Brancheprotocol Kwaliteitszorg Onderzoek (BKO) in werking getreden. Hierin geven de hogescholen vorm aan hun kwaliteitszorgbeleid op het gebied van onderzoek. De tekst van het brancheprotocol vindt u hier. Beschreven staat de context waarbinnen het stelsel functioneert, de doelen van het stelsel en de drie elementen ervan: de kwaliteitszorg van hogescholen, de landelijk commissie die deze kwaliteitszorg valideert en de jaarlijkse monitoring van het onderzoek. Doelstellingen van het stelsel zijn:

  • de kwaliteit van het onderzoek en de organisatie eromheen te borgen en te verbeteren;
  • de positie en het imago van het praktijkgerichte onderzoek te versterken;
  • sturingsinformatie voor de hogeschool en de branche te genereren;
  • de besteding van publieke middelenrichting overheid en maatschappij over te verantwoorden.

Een afspraak uit het BKO is dat de kwaliteitszorg van een hogeschool eens per zes jaar wordt geëvalueerd en gevalideerd door een landelijk ingestelde Validatiecommissie Kwaliteitszorg Onderzoek (VKO). Deze validatie houdt in dat het functioneren van het kwaliteitszorgsysteem van de hogeschool extern wordt beoordeeld met het oog op verdere ontwikkeling en verbetering van het systeem.

Voor de hogescholen is een handreiking gemaakt die als ondersteuning kan dienen bij het (door)ontwikkelen van de kwaliteitszorg ten aanzien van onderzoek. Voor de hogescholen is een handreiking gemaakt die als ondersteuning kan dienen bij het (door)ontwikkelen van de kwaliteitszorg ten aanzien van onderzoek.

Een afspraak uit het BKO is dat de kwaliteitszorg van een hogeschool eens per zes jaar wordt geëvalueerd en gevalideerd door een landelijk ingestelde Validatiecommissie Kwaliteitszorg Onderzoek (VKO). Deze validatie houdt in dat het functioneren van het kwaliteitszorgsysteem van de hogeschool extern wordt beoordeeld met het oog op verdere ontwikkeling en verbetering van het systeem.

In het brancheprotocol is afgesproken dat de zelf gekozen onderzoekseenheid (lectoraat, meerdere lectoraten, kenniscentrum) minimaal eens in de zes jaar wordt geëvalueerd door een onafhankelijke commissie. Ten behoeve van dit bezoek wordt een zelfevaluatie geschreven die inzicht geeft in:

  • De missie van de onderzoekseenheid.
  • De onderzoeksthema's en het onderzoeksportfolio.
  • Het onderzoeksprofiel in termen van wetenschappelijke standaarden en onderzoeksmethoden en -technieken.
  • De inbedding en positionering van de eenheid binnen de instelling op organisatorisch, strategisch en HRM gebied.
  • De omvang van de eenheid in termen van mensen en (financiële) middelen.
  • De kwaliteit van de onderzoekers uitgedrukt in opleiding, graad, ervaring, nevenactiviteiten.
  • De samenwerkingsverbanden en inhoudelijke relaties binnen de hogeschool als ook extern met organisaties, instellingen en bedrijven, zowel regionaal, landelijk als internationaal.
  • De publicaties, presentaties en andere producten die het onderzoek van de eenheid in de afgelopen periode heeft opgeleverd
  • Gegevens over impact en waardering van het onderzoek t.a.v.:
    Kennisontwikkeling binnen het onderzoeksdomein
    Beroepspraktijk en samenleving
    Onderwijs en scholing

Het zelfevaluatierapport bevat verder ter introductie een verantwoording van de zelfevaluatie in termen van aanpak, werkwijze, betrokkenen, etc. en een concluderende samenhangende slotanalyse in de vorm van sterktes en zwaktes, verbetermaatregelen en prioriteiten voor de komende tijd. De zelfevaluaties zijn (zoveel als haalbaar) mede gebaseerd op evaluaties door interne en externe stakeholders.

De onafhankelijke commissie moet de volgende vragen kunnen beantwoorden:

1. Is er voldoende relevante productiviteit, impact, waardering en erkenning op het gebied van:

  • kennisontwikkeling binnen het onderzoeksdomein;
  • valorisatie naar beroepspraktijk en maatschappij;
  • de betekenis voor onderwijs en scholing?

2. Vindt een en ander plaats vanuit een relevante en uitdagende missie en een helder onderzoeksprofiel?

3. Worden de missie en het onderzoeksprofiel geborgd door het portfolio en de wijze waarop de eenheid is georganiseerd?

4. Is de inzet van mensen en middelen daarbij toereikend in kwalitatief en kwantitatief opzicht?

5. Zijn de interne en externe samenwerkingsverbanden, netwerken en relaties daarbij voldoende relevant, intensief en duurzaam?

Voor de hogescholen is een handreiking gemaakt die als ondersteuning kan dienen bij het (door)ontwikkelen van de kwaliteitszorg ten aanzien van onderzoek.

Enter labels to add to this page:
Please wait 
Looking for a label? Just start typing.