SURF - Wiki

Gedragscode onderzoek voor het HBO

Advies van het Forum voor Praktijkgericht Onderzoek aan de HBO-Raad t.a.v. Gedragscode

In augustus 2009 heeft het Forum voor Praktijkgericht Onderzoek aan de HBO-Raad geadviseerd over nut en noodzaak van een gedragscode voor onderzoek aan het HBO. hier ondervolgen de belangrijkste passages.

Onderzoek is in het HBO een belangrijke activiteit geworden. Dit onderzoek heeft een specifiek karakter dat in het Brancheprotocol Kwaliteitszorg Onderzoek treffend praktijkgericht onderzoek wordt genoemd. Hogescholen zijn thans op meerdere manieren bezig de kwaliteit van dit praktijkgericht onderzoek te vergroten en te borgen, onder andere via kwaliteitszorg, monitoring, het intensiveren van het onderwijs op het gebied van onderzoek en het organiseren van leernetwerken voor lectoren en promovendi.
Een gedragscode voor praktijkgericht onderzoek heeft in dit hele stelsel van kwaliteitsverbetering een meerwaarde. Een gedragscode beschrijft gewenst gedrag van een gespecificeerde groep beroepsbeoefenaren bij het uitvoeren van een bepaalde taak en is bedoeld de integriteit van dat gedrag te bevorderen. Het idee is dat dit gewenste gedrag uiteindelijk bijdraagt aan een betere kwaliteit van het eindproduct.

Een gedragscode voor praktijkgericht onderzoek beschrijft dus gewenst gedrag van medewerkers en studenten in het HBO bij uitvoering van de "taak" onderzoeken. Een gedragscode legt dus niet vast wat goed onderzoek (als resultaat) is, maar uitsluitend wat goed onderzoek (als activiteit) is en wat het betekent voor het gedrag van de praktijkonderzoeker.

Vaststellen wat we in het HBO verstaan onder goed onderzoek (als resultaat) vereist een standpunt over kwaliteitscriteria voor goed onderzoek. De discussie hier over komt mondjesmaat op gang. Het Forum voor Praktijkgericht Onderzoek wil deze discussie met haar leden intensiveren. Gezien het diverse karakter van praktijkgericht onderzoek en de jonge traditie die het HBO hiermee heeft, is het van groot belang dat dit debat uitgebreid en zorgvuldig wordt gevoerd met respect voor de vele verschillende methodologische invalshoeken. Het vaststellen van een gedragscode onderzoek kan dit debat niet vervangen. Een gedragscode kan wel mede richting geven aan de discussie over kwaliteitscriteria.

Dan nu terug naar de werking van een gedragscode voor praktijkgericht onderzoek. Daaraan ligt het idee ten grondslag dat het belangrijk is om met elkaar af te spreken wat gewenst gedrag is. Zo'n afspraak helpt beroepsbeoefenaren te leren en te realiseren wat goed gedrag is. Een gedragscode maakt het ook mogelijk elkaar op dat gedrag aan te spreken. Het HBO kent een beperkte traditie op het gebied van onderzoek. Weten wat goed onderzoeksgedrag is en elkaar daar op aanspreken levert een bijdrage aan de verdere ontwikkeling van deze activiteit. Tegelijkertijd verwachten wij daar ook weer geen wonderen van. Goed onderzoeksonderwijs, gezamenlijk leren, intervisie en coaching zullen het draagvlak moeten bieden voor gerichte toepassing van de code. Een gedragscode kan dan de aanleiding zijn voor een goed gesprek over gedrag van onderzoekers en mag nooit het sluitstuk van de dialoog zijn.

Wij kunnen ons voorstellen dat een gedragscode voor praktijkgericht onderzoek niet alleen meerwaarde heeft voor het HBO zelf maar ook voor de buitenwereld. Met een gedragscode laat het HBO aan de buitenwereld zien integer onderzoeksgedrag serieus te nemen. Opdrachtgevers van praktijkgericht onderzoek weten beter wat zij van onderzoekers in het HBO kunnen verwachten. Ook deze externe effecten zijn mede een reden een gedragscode af te spreken. Voorwaarde is dan wel dat het praktijkgerichte karakter van het onderzoek in het HBO goed uit de code naar voren komt.

Binnen het HBO wordt op verschillende gebieden met gedragscodes gewerkt. Zo zijn er onder meer codes rond de omgang met studenten, rond diversiteit en religie, rond informatiebeheer, rond HRM en rond veiligheid. Overlap tussen de gedragscode voor praktijkgericht onderzoek en andere gedragscodes werkt verwarring in de hand. Een gedragscode voor praktijkgericht onderzoek gaat dan ook specifiek over de taak van "onderzoeken".

Dit alles leidt tot de volgende uitgangspunten bij het opstellen c.q. beoordelen van een gedragscode voor praktijkgericht onderzoek:

  1. De code spitst zich toe op het formuleren van gewenst gedrag van medewerkers en studenten in het HBO (en spreekt zich niet uit over wat goed onderzoek is)
  2. De code formuleert gewenst gedrag rond de "taak" onderzoeken (en spreekt zich niet uit over andere taken in het HBO, waaronder het geven van onderwijs)
  3. De code expliciteert het specifieke praktijkgerichte karakter van onderzoek in het HBO, onder andere door ruimte te bieden aan de diversiteit aan onderzoeksmethoden en -opvattingen die zich binnen het praktijkgericht onderzoek in het HBO voor doen.

Verzoek van de HBO-raad aan het Forum voor Praktijkgericht Onderzoek

Op 10 november 2009 heeft de HBO-Raad aan het Forum voor Praktijkgericht Onderzoek gevraagd om voor september 2010 met een voorstel te komen voor een gedragscode die voldoet aan bovenstaande 3 criteria. Op 30 augustus is een tekst voor de gedragscode aangeboden aan de HBO-raad.

Gedragscode onderzoek voor het HBO

Op 15 oktober 2010 is in de Algemene Vergadering van de HBO-raad de Gedragscode praktijkgericht onderzoek voor het hbo (zie www.hbo-raad.nl) vastgesteld. Hierin staat beschreven gewenst gedrag van medewerkers en studenten bij het verrichten van praktijkgericht onderzoek. Het document vormt de uitwerking van één van de aandachtspunten in de verenigingsnotitie Naar een duurzaamheid onderzoekklimaat (2009) van de HBO-raad waarin onder meer is aangegeven dat een gedragscode voor hogescholen wenselijk was.

De gedragscode omvat vijf algemene gedragsregels en is aangevuld met een toelichting die voor iedere stap in het onderzoeksproces een concrete invulling geeft aan de gedragsregels. Op de gedragscode is de ‘pas toe of leg uit’ regel van toepassing. De gedragsregels zijn algemeen geldend. Er kan van worden afgeweken, mits dit expliciet wordt onderbouwd. De gedragscode is als handreiking aan de leden aangeboden; de leden kunnen zelf formuleren hoe zij zich te opzichte van de code verhouden.

De vijf algemene gedragsregels luiden:

1. Onderzoekers aan het hbo dienen het professionele en maatschappelijke belang.
Zij leveren een bijdrage aan de professie en het betreffende beroepenveld en zetten zich in voor het publieke belang. Zij richten zich op relevante thema’s en problemen uit de beroepspraktijk en op creatieve, innovatieve en toepasbare oplossingen voor de praktijk. Ze leveren een bijdrage aan kennis- en theorieontwikkeling, stimuleren kenniscirculatie naar praktijk en onderwijs en streven ernaar resultaten toegankelijk te maken volgens de principes van Open Access.

2. Onderzoekers aan het hbo zijn respectvol.
Zij houden rekening met rechten, belangen, privacy, zienswijzen, opvattingen, theorieën en methoden van betrokkenen en van collega onderzoekers. Ze leven de regelgeving en protocollen na die in het vakgebied gelden voor het doen van onderzoek. Als onderzoek met mensen of dieren enig risico oplevert, moet het belang van het onderzoek het nemen van dat risico rechtvaardigen. In dat geval wordt externe deskundigen om advies gevraagd.

3. Onderzoekers aan het hbo zijn zorgvuldig.
Zij nemen meerdere wetenschapsopvattingen en daarmee samenhangende vormen van onderzoek in overweging, de beschikbare onderzoeksmethoden en de methodologische regels die daarbij horen, alsook de onderzoeks- en beroepsethiek en de waarden die binnen het vakgebied gelden. Ze maken gebruik van reeds beschikbare kennis uit praktijk en wetenschap. Zij rapporteren juist, compleet, nauwkeurig en navolgbaar. Zij nemen in overweging de wenselijkheid de data zorgvuldig te bewaren en zorgen dat de intellectuele eigendomsrechten van data, resultaten en innovaties goed zijn geregeld.

4. Onderzoekers aan het hbo zijn integer.
Zij zijn kritisch ten aanzien van in de praktijk gehanteerde opvattingen en probleemdefinities, onafhankelijk in hun methodische keuzes en eerlijk over de bronnen die ze gebruiken. Ze zijn aanspreekbaar op hun gedrag tijdens het uitvoeren van onderzoek, autonoom in hun analyses en onpartijdig in hun rapportages.

5. Onderzoekers aan het hbo verantwoorden hun keuzes en gedrag.
Zij verantwoorden zich over de relevantie van het gekozen thema, de keuze van het onderzoeksontwerp en gehanteerde methoden en de beperkingen daarvan, de zorgvuldigheid van de uitvoering, de onderbouwing van de conclusies, de gehanteerde bronnen, de implementatie in de praktijk alsmede de doorwerking in het onderwijs.

De vijf gedragsregels worden in het betreffende document per stap in het onderzoek toegelicht. De indeling in stappen is niet gebaseerd op een specifiek onderzoeksmodel maar wel geënt op indelingen die gangbaar zijn bij het doen van onderzoek en die in handboeken over onderzoek terug zijn te vinden.

Verantwoording commissie Gedragscode praktijkgericht onderzoek

In de Verantwoording commissie gedragscode praktijkgericht onderzoek voor het hbo licht de commissie haar werkwijze toe en doet zij aanbevelingen voor het implementeren van de gedragscode, zowel aan de HBO-raad, als aan de validatiecommissie kwaliteitszorg onderzoek als aan hogescholen. De commissie bestond uit Daan Andriessen (voorzitter), Jeroen Onstenk, Paul Delnooz, Henk Smeijsters, en Stefan Peij.

De commissie heeft een eerste opzet gemaakt en vervolgens in twee ronden een aantal andere experts geconsulteerd, waaronder lectoren en medewerkers van hogescholen die zich bezig houden met onderzoek. De eerste ronde was schriftelijk, de tweede ronde had de vorm van een werkconferentie. Tussen de ronden is de tekst aangepast. Na de werkconferentie is een definitieve versie voorgelegd aan het Presidium. Deze heeft twee kleine wijzigingen aangebracht en de code aangeboden aan de HBO-raad. In het verantwoordingsdocument wordt uitgebreid beschreven wat experts gedurende het consultatieproces hebben ingebracht en beargumenteerd wat de commissie met hun input heeft gedaan.

Aanbevelingen

De Commissie doet ook aanbevelingen om te voorkomen dat de gedragscode een ‘papieren tijger’ blijft. Uitgangspunt is dat het implementeren van de gedragscode een goede mix dient te zijn van het stimuleren en inspireren van onderzoekers en het maken van afspraken. In de eerste periode kan de focus daarbij liggen op het stimuleren van mensen de code toe te passen. De Commissie beveelt de code aan als basis voor een inhoudelijke dialoog over verantwoord onderzoeksgedrag in het hbo. De code kan dienen als reflectie-instrument voor onderzoekers en kan worden gebruikt in het onderwijs over onderzoek. Tevens kan de code een rol spelen bij het verantwoorden en beoordelen van gedrag van onderzoekers binnen het systeem van kwaliteitszorg. Wanneer daarmee ervaring is opgedaan en de code waar nodig is bijgesteld kan eventueel de nadruk meer gaan liggen op het maken van meer dwingende afspraken en het aanspreken van onderzoekers op naleving van de gedragsregels. Op dat moment worden er ook voorzieningen nodig voor het toetsen van de naleving, een klachtenregeling die iedereen het recht geeft een klacht in te dienen over een vermoede inbreuk op de gedragscode en een voorziening voor hoger beroep.

Aanbevelingen aan de HBO-raad

  1. Ontwikkel draagvlak voor de gedragscode.
  2. Hoewel de Commissie een groot aantal betrokkenen heeft geconsulteerd is er nog geen draagvlak voor de ontwikkelde gedragscode. Organiseer een inhoudelijke dialoog over verantwoord onderzoeksgedrag in het hbo met bestuurders, lectoren en andere betrokkenen.
  3. Maak van de code een compact boekje en verspreid dat binnen het hbo. Publiceer de Verantwoording Commissie Gedragscode Praktijkgericht Onderzoek voor het hbo op de website van de HBO-raad.
  4. Adviseer de leden van de HBO-raad om de gedragscode op te nemen in het onderzoeksbeleid en het kwaliteitszorgsysteem.
  5. Verzamel voorbeelden van dilemma’s uit de praktijk van onderzoek, publiceer deze op een website en neem een selectie daarvan op in een volgende versie tekst van de gedragscode.
  6. Laat over 3 jaar onderzoek uitvoeren naar het gebruik van de gedragscode in het hbo.

Aanbeveling aan de Validatiecommissie Kwaliteitszorg Onderzoek

  1. Neem de gedragscode mee in de beoordeling van de interne kwaliteitszorgsystemen van hogescholen. Dit kan door als extra vraag mee te nemen: wordt de gedragscode voor praktijkgericht onderzoek actief door de hogeschool gebruikt om de kwaliteit van het onderzoek te verbeteren?

Aanbevelingen aan hogescholen
1. Implementeer de gedragscode. Dat zou bijvoorbeeld op de volgende manier kunnen:
-  het College van Bestuur neemt de gedragscode op in het onderzoeksbeleid en kwaliteitszorgsysteem en communiceert dit naar lectoren en faculteitsdirecteuren.
-  de gedragscode wordt besproken in het lectorenoverleg van de hogeschool.
-  de individuele lector presenteert de gedragscode in de eigen kenniskring en introduceert de code als checklist voor de verantwoordingsparagraaf in onderzoeksverslagen.
-  docenten van de kenniskring nemen de gedragscode mee naar de eigen opleiding en presenteren deze aan hun collega’s en laten hen hiermee oefenen, b.v. in een studiedag.
-  docenten die onderzoeksmodules geven in studiejaren voorafgaand aan het afstudeerproject nemen de gedragscode mee in het curriculum.
-  docenten die afstudeeronderzoek begeleiden hanteren de gedragscode bij het opzetten, begeleiden en toetsen van onderzoek door studenten. Zij stemmen de gedragscode af op de eindtermen van de opleiding wat betreft onderzoek.

2. Introduceer vormen van monitoring.
Binnen lectoraten kunnen collega’s voor en tijdens het onderzoek elkaars onderzoek toetsen aan de gedragscode. Op het niveau van de hogeschool of binnen Expertisecentra kan een commissie van lectoren deze eigen toetsing vervolgens evalueren. Ook kunnen steekproefsgewijs onderzoeken aan de gedragscode worden getoetst.

3. Introduceer toetsing vooraf.
In de gezondheidszorg en in een aantal andere vakgebieden is het noodzakelijke de ethische zorgvuldigheid van onderzoek vooraf te toetsen. Waar dit van toepassing is hebben hogescholen dit vaak al geregeld door het instellen van een ethische toetsingscommissie. Een dergelijke commissie zou alle grotere onderzoeken vooraf kunnen toetsen aan de gedragscode.

Enter labels to add to this page:
Please wait 
Looking for a label? Just start typing.