Verbeteren van de randvoorwaarden voor onderzoek
In verschillende onderzoeken en rapporten van de onlangs opgeheven Stichting Kennisontwikkeling hbo (SKO) zijn de randvoorwaarden voor onderzoek uitdrukkelijk aan de orde gekomen. (zie http://www.skohbo.nl/) Deze randvoorwaarden zijn benoemd op het niveau van lectoraten, hogescholen en nationaal beleid.
Relatie onderwijs en onderzoek
Een stevige koppeling van onderzoek en onderwijs en een blijvende aandacht voor de professionalisering van docenten zijn essentieel voor de verdere ontwikkeling van de lectoraten. Een kenniskring bestaande uit docenten die voldoende tijd hebben om hun taken binnen het lectoraat uit te voeren, een gericht HRM beleid van de hogeschool en een kwaliteitszorgsysteem dat eisen stelt aan de doorwerking naar het onderwijs zijn daarvoor de noodzakelijke voorwaarden. Ook studenten dienen te participeren in onderzoek. Training in onderzoeksvaardigheden stimuleert en verdiept deze participatie. Het lectoraat wordt ook directer betrokken bij curriculumontwikkeling.
Oriëntatie van het onderzoek
Het onderzoek van een lectoraat dient zich te richten op kennis die gevraagd wordt door economie en samenleving. Een sterk lectoraat richt zijn onderzoek op de externe omgeving, maar is daar niet louter volgend. Een situatie van uitsluitend "u vraagt en wij draaien" is niet wenselijk. Een zinvolle bijdrage aan de innovatie van de beroepspraktijk is gediend met een zekere afstand tot de alledaagse praktijk. Systematische kennisontwikkeling door middel van eigen langjarige onderzoeksprogramma's dienen tot de centrale doelstelling van lectoraten verheven te worden.
Financiering van het onderzoek
Wil het praktijkgericht onderzoek in de hogescholen goed van de grond komen, dan is op termijn noodzakelijk dat er een volwaardige tweede geldstroom voor de hogescholen ontstaat, die stimuleert dat hogescholen in competitie gelden kunnen verwerven voor praktijkgerichte onderzoeksprojecten. Daarmee kan een stap worden gezet in de richting van het ontstaan van een duurzame onderzoekspraktijk in de hogescholen.
Financiering van lectoraten
Op het gebied van de financiering van lectoraten zijn twee maatregelen wenselijk:
- Het ministerie van OCW zou extra gelden beschikbaar moeten stellen voor een geleidelijke verdubbeling van het aantal lectoren in de periode 2009-2013.
- Daarnaast is een grotere interne financiering van de lectoraten door de hogescholen wenselijk omdat dit kan worden gezien als een blijk van een hechtere verankering van de lectoraten in de hogescholen. Een gevolg hiervan zou moeten zijn dat er meer docenten bij de lectoraten worden betrokken, maar ook dat de gemiddelde aanstelling per docent omhoog gaat van 0,2 fte naar 0,4 fte.
Nationaal beleid t.a.v. financiering
- Geleidelijke uitbouw van het SIA-RAAK programma tot een volwaardige tweede geldstroom voor de hogescholen is een onmisbare ondersteuning voor de duurzame verdere groei van de lectoraten.
- NWO-financiering van de onderzoekssamenwerking tussen universitaire onderzoeksgroepen en lectoraten.
Docenten en HRM beleid
Het is nodig dat hogescholen een gericht en samenhangend HRM beleid volgen. Stappen in de goede richting zijn:
- het scheppen van gemengde docent-onderzoeker functies. Op die manier kan de huidige kloof tussen het gemiddelde kwalificatieniveau van lectoren en van docenten geleidelijk worden verkleind. Dit zou er op termijn ook in kunnen resulteren dat professionalisering niet beperkt blijft tot de docenten die deel uitmaken van het lectoraat.
- Het stellen van hogere minimumkwaliteitseisen aan nieuw te verwerven personeel
- De verhoging van het aandeel gepromoveerden in het personeelsbestand.
- Aanstellingen van een lector kleiner dan 0,5 fte dienen een uitzondering te zijn.
Bestuurlijke verankering
Verankering van deskundigheid en betrokkenheid bij de inhoud van onderwijs en onderzoek op alle bestuurlijke niveaus inclusief het college van bestuur is noodzakelijk.
Organisatie van lectoraten
Bundeling van lectoraten in kenniscentra ten behoeve van meerdere opleidingen vergroot de effectiviteit en impact en voorkomt verkokering. Streefwaarden: alle lectoren hebben minimaal een 0,5 fte aanstelling, de gemiddelde omvang van een kenniskring is 4 tot 5 fte per 1,0 fte lectoraat.